Peuter grijpt naar houten stapelspeelgoed op speelmat, volwassene houdt hand zorgzaam nabij in warme kinderdagverblijfomgeving.

Wanneer maak je je zorgen over de motorische ontwikkeling van je kind?

Je maakt je zorgen over de motorische ontwikkeling van je kind als je merkt dat je kind bepaalde bewegingsmijlpalen duidelijk later bereikt dan leeftijdsgenoten, of als je ziet dat bewegen moeite kost bij activiteiten die voor andere kinderen vanzelfsprekend zijn. Elk kind ontwikkelt zich in eigen tempo, maar er zijn herkenbare signalen waarbij het verstandig is om actie te ondernemen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over motorische ontwikkeling, zodat je weet wanneer je gerust kunt zijn en wanneer je beter hulp kunt zoeken.

Welke motorische mijlpalen horen bij welke leeftijd?

Motorische mijlpalen zijn de bewegingsontwikkelingen die de meeste kinderen in een bepaalde leeftijdsperiode bereiken. Hoewel er altijd individuele verschillen zijn, geeft het volgende overzicht een goed richtpunt voor wat je per leeftijdsfase kunt verwachten van je kind.

  • 0 tot 6 maanden: hoofd optillen, rollen van buik naar rug, grijpen naar voorwerpen
  • 6 tot 12 maanden: zelfstandig zitten, kruipen, optrekken aan meubels
  • 1 tot 2 jaar: zelfstandig lopen, traplopen met ondersteuning, stapelen van blokken
  • 2 tot 4 jaar: rennen, springen, driewieler rijden, tekenen met een potlood
  • 4 tot 6 jaar: fietsen met zijwieltjes, knippen met een schaar, veters strikken leren
  • 6 tot 13 jaar: verfijnde motoriek zoals schrijven, sporten en complexe bewegingscoördinatie

Het is normaal dat een kind een mijlpaal een paar weken eerder of later bereikt. Pas als het verschil groter wordt, is het zinvol om beter te kijken naar wat er speelt.

Wat zijn signalen dat een kind motorisch achterblijft?

Signalen dat een kind motorisch achterblijft zijn onder andere: het niet bereiken van verwachte mijlpalen binnen een ruime marge, opvallende onhandigheid bij alledaagse bewegingen, vermijding van lichamelijke activiteit of grote moeite met fijne motoriek zoals tekenen of knippen.

Meer concrete signalen per categorie:

Grove motoriek

  • Loopt nog niet zelfstandig na de 18e maand
  • Struikelt of valt opvallend vaak
  • Kan niet springen of balanceren op één been op de leeftijd van 4 jaar
  • Vermijdt actief spelen met andere kinderen

Fijne motoriek

  • Moeite met het vasthouden van een potlood of lepel
  • Kan knoopjes of ritsen niet hanteren op de leeftijd dat dit verwacht wordt
  • Vermijdt puzzels, knutselen of andere handvaardigheidsopdrachten
  • Schrijfwerk is opvallend moeilijk of pijnlijk

Let ook op of je kind zelf aangeeft dat bewegen moeilijk of vervelend is. Kinderen die motorisch worstelen, vermijden soms activiteiten zonder dat ze dit goed kunnen verwoorden.

Waardoor kan een motorische ontwikkelingsachterstand ontstaan?

Een motorische ontwikkelingsachterstand kan ontstaan door een combinatie van biologische, neurologische en omgevingsfactoren. Soms is er een duidelijke oorzaak, maar vaak is het een samenspel van meerdere factoren die samen invloed hebben op hoe een kind beweegt en zich ontwikkelt.

Veelvoorkomende oorzaken zijn:

  • Vroeggeboorte: te vroeg geboren kinderen hebben soms meer tijd nodig om motorische vaardigheden te ontwikkelen
  • Neurologische verschillen: zoals bij DCD (Developmental Coordination Disorder), ook wel dyspraxie genoemd
  • Spierzwakte of spiertonusproblemen: te slappe of te gespannen spieren beïnvloeden de bewegingsontwikkeling
  • Onvoldoende bewegingsprikkels: kinderen die weinig ruimte of kansen krijgen om te bewegen, ontwikkelen motorische vaardigheden trager
  • Genetische factoren: sommige aandoeningen zoals het syndroom van Down beïnvloeden de motoriek direct
  • Zintuiglijke verwerkingsproblemen: moeite met het verwerken van prikkels kan ook de motorische coördinatie beïnvloeden

Een achterstand betekent niet automatisch dat er iets structureel mis is. Soms heeft een kind gewoon meer tijd, ruimte en begeleiding nodig.

Wanneer is het tijd om een professional in te schakelen?

Het is tijd om een professional in te schakelen als je kind een motorische mijlpaal met meer dan twee tot drie maanden mist, als je meerdere signalen tegelijk ziet, of als je kind zichtbaar last heeft van zijn of haar motorische beperkingen in het dagelijks leven. Vertrouw ook op je eigen gevoel als ouder.

Schakel hulp in bij de volgende situaties:

  • Je kind loopt nog niet op 18 maanden
  • Je kind heeft op 3 jaar nog grote moeite met knippen, tekenen of gooien
  • Je kind vermijdt actief bewegen of raakt gefrustreerd bij motorische taken
  • Leerkrachten of pedagogisch medewerkers signaleren ook iets
  • Je kind heeft moeite om mee te doen in groepsactiviteiten door motorische onzekerheid

De eerste stap is vaak een gesprek met de huisarts of het consultatiebureau. Zij kunnen doorverwijzen naar een kinderfysiotherapeut of ergotherapeut die gespecialiseerd is in motorische ontwikkeling.

Hoe kunnen ouders de motorische ontwikkeling thuis stimuleren?

Ouders kunnen de motorische ontwikkeling van hun kind thuis stimuleren door dagelijks ruimte te maken voor vrij bewegen, gevarieerde bewegingsactiviteiten aan te bieden en het kind te laten oefenen met alledaagse handelingen. Kleine aanpassingen in de dagelijkse routine hebben al een groot effect.

Praktische tips per leeftijdscategorie:

Voor jonge kinderen (0 tot 4 jaar)

  • Leg baby’s regelmatig op hun buik, ook als ze dit in eerste instantie niet fijn vinden
  • Laat peuters klimmen, kruipen en rollen op een veilige ondergrond
  • Speel met klei, water en zand om de fijne motoriek te prikkelen
  • Beperk schermtijd en stimuleer actief spel

Voor oudere kinderen (4 tot 13 jaar)

  • Laat je kind regelmatig buiten spelen zonder vaste structuur
  • Stimuleer sport of dans, niet per se competitief maar gewoon voor de bewegingservaring
  • Laat je kind helpen in het huishouden: afwassen, tafeldekken en koken trainen de fijne motoriek
  • Kies voor spelletjes die coördinatie vragen, zoals balsporten, touwspringen of knutselen

Welke rol speelt de kinderopvang bij motorische ontwikkeling?

De kinderopvang speelt een belangrijke rol bij de motorische ontwikkeling van kinderen, omdat pedagogisch professionals dagelijks kansen creëren voor bewegen, ontdekken en oefenen. Een goede opvang biedt een stimulerende omgeving waar kinderen zowel hun grove als fijne motoriek ontwikkelen in een veilige, speelse context.

Op een kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang werken professionals die de ontwikkeling van elk kind nauwlettend volgen. Ze signaleren vroeg als een kind ergens moeite mee heeft, en passen activiteiten aan op de ontwikkelingsfase van het kind. Voor een betrokken ouder is de opvang daarmee ook een waardevolle informatiebron: je kunt er terecht met vragen en zorgen over de ontwikkeling van je kind.

Hoe Leef Kind helpt bij motorische ontwikkeling

Bij ons op Leef Kind werken we vanuit het zelfversterkerprincipe: we zien wat er al in jouw kind aanwezig is en bouwen daar actief op voort. Motorische ontwikkeling is een vast onderdeel van hoe we met kinderen omgaan, van de jongste baby tot aan de oudste basisschoolleerling.

Wat wij concreet doen:

  • Dagelijkse bewegingsmomenten die aansluiten bij de ontwikkelingsfase van elk kind
  • Observatie en opvolging door pedagogisch professionals die signalen vroeg herkennen
  • Activiteiten die fijne en grove motoriek combineren, zoals knutselen, buitenspelen en workshops
  • Open communicatie met ouders over wat we zien in de ontwikkeling van jouw kind
  • Vakantieopvang met extra ruimte voor actief en gevarieerd bewegen

Wil je weten hoe wij jouw kind kunnen ondersteunen in zijn of haar ontwikkeling? Neem gerust contact met ons op of kom langs bij een van onze locaties in Midden-Limburg. We denken graag met je mee. Schrijf je kind eenvoudig in via onze website.

Gerelateerde artikelen